Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Waalwijk waarin de herroeping van eerdere besluiten tot beëindiging van haar individuele Wmo-voorziening hulp bij het huishouden werd bevestigd. De rechtbank stelt vast dat het college de primaire besluiten dient te herroepen en dat eiseres terugvalt op de eerder toegekende voorziening.
De rechtbank oordeelt dat het college onterecht heeft geoordeeld dat het besluit van 26 september 2014 herleeft. Tevens is vastgesteld dat het college de beslistermijn voor het nemen van een nieuwe beslissing op bezwaar heeft overschreden, waardoor het college dwangsommen aan eiseres verschuldigd is. De rechtbank stelt het maximale bedrag van €1.260,- aan dwangsommen vast.
Daarnaast wordt het college veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en proceskosten aan eiseres. De uitspraak vervangt het vernietigde gedeelte van het bestreden besluit en komt tegemoet aan de belangen van eiseres door de continuïteit van haar hulp bij het huishouden te waarborgen.