Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Beslissing
2.Gronden
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslagen watersysteemheffing voor het jaar 2015, opgelegd door het waterschap Scheldestromen voor zijn buitendijks gelegen woning. De rechtbank stelde vast dat de woning binnen het gebied van het waterschap ligt en dat het waterschap inspanningen verricht ten behoeve van de woonwijk.
De rechtbank oordeelde dat de aanslagen terecht zijn opgelegd op grond van de Verordening watersysteemheffing Scheldestromen 2015, welke gebaseerd is op de Waterschapswet. De wet en verordening bieden ruimte voor tariefdifferentiatie voor buitendijks gelegen onroerende zaken, maar het waterschap heeft hiervan geen gebruik gemaakt, wat volgens de rechtbank niet onredelijk of willekeurig is.
De rechtbank verwees naar vaste jurisprudentie dat de belastingrechter niet bevoegd is om de billijkheid van de tariefstelling te toetsen, tenzij sprake is van willekeur of onredelijkheid die de wetgever niet heeft beoogd. Gezien de gemaakte afwegingen en inspanningen van het waterschap werd het beroep ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de aanslagen watersysteemheffing voor de buitendijks gelegen woning.