Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
5.De benadeelde partij
6.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan hetgeen is ten laste gelegd;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 10 mei 2016 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen verdachte, die werd verdacht van medeplegen en uitlokking van poging moord/doodslag en zware mishandeling met een machete op het slachtoffer.
Het incident vond plaats op 17 mei 2014 te Woensdrecht, waarbij een onbekende Turkse man het slachtoffer met een machete meerdere keren sloeg, wat leidde tot ernstige snijwonden. Verdachte zou betrokken zijn geweest door het geven van geld aan deze man en het uitlokken van het geweld.
De rechtbank oordeelde dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs was voor een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en de onbekende man, noch voor uitlokking. Verdachte was niet aanwezig bij het incident en ontkende kennis van de intentie tot geweld. De verklaringen van getuigen en de tapgesprekken ondersteunden dit oordeel.
Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten. De benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard in de schadevordering, die bij de burgerlijke rechter kan worden ingediend.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor medeplegen en uitlokking van poging moord/doodslag en zware mishandeling.