ECLI:NL:RBZWB:2016:2977
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ontheffing nachtvluchten Defensie Helikopter Commando op militaire luchthaven Gilze-Rijen
Eiser betwistte de door de minister van Defensie verleende ontheffing aan het Defensie Helikopter Commando (DHC) om in de zomerperiode van 2015 na 00:00 uur te vliegen en na 22:00 uur oefendoorstarts uit te voeren op de militaire luchthaven Gilze-Rijen. Eiser voerde aan dat het besluit onvoldoende gemotiveerd was, dat de bekendmaking niet volgens afspraak in de lokale media had plaatsgevonden, en dat de ontheffing niet noodzakelijk was omdat de vluchten al binnen reguliere uren mogelijk zijn. Daarnaast stelde eiser dat onvoldoende rekening was gehouden met zijn belangen vanwege geluidsoverlast.
De rechtbank oordeelde dat de bekendmaking rechtsgeldig via de Staatscourant had plaatsgevonden en dat de minister voldoende op de bezwaren was ingegaan. De minister was bevoegd om ontheffing te verlenen voor nationale en internationale oefeningen, waaronder trainingen voor de VN-missie MINUSMA in Mali. De rechtbank vond dat de minister bij de belangenafweging een doorslaggevend gewicht mocht toekennen aan de belangen van het DHC, gelet op de noodzaak van nachtvluchten voor de geoefendheid van vliegers.
Verder achtte de rechtbank aannemelijk dat het niet mogelijk was om alle oefeningen op een andere locatie te concentreren en dat de minister voldoende rekening had gehouden met de belangen van omwonenden door beperkingen en voorwaarden aan de ontheffing te verbinden. Het beroep van eiser werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de ontheffing voor nachtvluchten en oefendoorstarts is ongegrond verklaard.