ECLI:NL:RBZWB:2016:3226
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over onbevoegd genomen besluit minister OCW inzake VWNW-kandidaat
Eiser heeft beroep ingesteld tegen een ongedateerd besluit van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap waarin hij als verplicht van-werk-naar-werk-kandidaat (VWNW-kandidaat) is aangewezen. Eiser betoogt dat de procedure niet correct is gevolgd en dat hij niet voorafgaand aan het primaire besluit een zienswijze heeft kunnen geven.
De rechtbank constateert dat zowel het primaire besluit als het bestreden besluit zijn ondertekend door de secretaris-generaal namens de minister, hetgeen in strijd is met artikel 10:3, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Hierdoor is het bestreden besluit onbevoegd genomen. De rechtbank maakt gebruik van de bestuurlijke lus en geeft de minister vier weken de tijd om het gebrek te herstellen door alsnog bevoegdelijk op het bezwaar te beslissen of het besluit voor zijn rekening te nemen.
Eiser heeft verder aangevoerd dat hij al jaren een onzekere positie heeft binnen de overheidsdienst en dat er onrechtmatige situaties zijn rondom zijn functie en inschaling. De rechtbank houdt verdere beoordeling en beslissing aan tot de einduitspraak, waarbij ook de overige beroepsgronden en eventuele rechtsgevolgen zullen worden beoordeeld.
De rechtbank neemt geen beslissing over griffierecht en proceskosten in deze tussenuitspraak. Tegen deze tussenuitspraak staat geen hoger beroep open, maar dit kan worden ingesteld samen met hoger beroep tegen de einduitspraak.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat het bestreden besluit onbevoegd is genomen en stelt de minister in de gelegenheid het gebrek binnen vier weken te herstellen.