ECLI:NL:RBZWB:2016:3625
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verwijzing van kantonzaken naar pachtkamer wegens verbondenheid van geschil
In deze civiele procedure tussen broers, waarbij zij vorderingen tegen elkaar hebben ingesteld, heeft de kantonrechter een tussenvonnis gewezen. Tijdens de comparitie bereikten partijen een gedeeltelijke regeling. De kantonrechter overwoog dat op grond van artikel 93 Rv Pro de zaak niet door de kantonrechter behandeld kan worden en dat verwijzing naar het team handelsrecht gebruikelijk is.
Echter, gezien de nauwe verbondenheid met een reeds aanhangige procedure bij de pachtkamer, en de wens van partijen om de zaak bij de pachtkamer te behandelen, besloot de kantonrechter af te zien van verwijzing naar het handelsrechtteam en de zaak direct naar de pachtkamer te verwijzen. Dit is mogelijk op grond van artikel 220 lid 5 Rv Pro in samenhang met artikel 1019q Rv.
De zaak betreft voornamelijk de onderlinge verhouding van partijen als medepachters en een vordering tot ontslag van de medepachter uit de pachtovereenkomst. Partijen krijgen de gelegenheid hun vorderingen te verminderen gezien de gesloten vaststellingsovereenkomst. De zitting bij de pachtkamer is vastgesteld op 26 februari 2016.
Uitkomst: De kantonrechter verwijst de zaak rechtstreeks naar de pachtkamer voor verdere behandeling.