Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
vonnis van de kantonrechter d.d. 25 mei 2016
[gedaagde] ,
[gedaagde] ,
het verloop van de procedures
feiten
het geschil met de VvD
€ 1.073,72
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De zaak betreft twee verbonden procedures tussen een appartementseigenaar en twee verenigingen: de Vereniging van Diensten (VvD) en de Vereniging van Eigenaren (VvE) van de serviceflat “De Middelburcht”. De VvD is ontstaan uit een coöperatie die om fiscale redenen is omgezet in een vereniging. De appartementseigenaar had tijdig vóór de omzetting opgezegd, maar in deze zaak is de opzegging pas een jaar na de omzetting gedaan.
De rechtbank stelt vast dat de appartementseigenaar lid is gebleven van de coöperatie en vervolgens van de VvD tot 1 januari 2015 en daarom gehouden is de bijdragen voor die periode te betalen. Betalingen zijn niet onverschuldigd gedaan en de vordering van de VvD wordt deels toegewezen. De hoofdelijkheid van de betaling door beide partners wordt geacht gelijkelijk te zijn.
Tegelijkertijd is er een geschil over de forse verhoging van de ledenbijdrage door de VvE vanaf 2015, nadat de VvD haar activiteiten staakte en de inning van bijdragen overnam. De appartementseigenaar betwist de verhoging en stelt dat deze in strijd is met de statuten en de splitsingsakte. De rechtbank oordeelt dat de verhoging geldt tenzij het besluit wordt vernietigd of nietig verklaard, maar de appartementseigenaar heeft zich niet formeel op nietigheid beroepen. Daarom wordt een schriftelijke ronde gelast waarin partijen zich over de nietigheid en de grondslag van de verhoging kunnen uitlaten. De beslissing in deze zaak wordt aangehouden tot nadere behandeling.
Uitkomst: De vordering van de Vereniging van Diensten wordt deels toegewezen en het geschil over de verhoging van de ledenbijdrage door de Vereniging van Eigenaren wordt aangehouden voor nadere schriftelijke behandeling.