Uitspraak
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
ten aanzien van feit 1wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de primair ten laste gelegde doodslag. Er is sprake geweest van voorwaardelijk opzet bij verdachte. De officier van justitie acht daartoe onder meer redengevend het rijgedrag voorafgaand aan het ongeval. Verdachte is volgens de ritreconstructie vanaf de A58 over de Burgemeester Letschertweg in Tilburg gereden. Blijkens de getuigenverklaringen van [getuige 1] , [getuige 2] en [getuige 3] reed verdachte op de Burgemeester Letschertweg in Tilburg met zeer hoge snelheid en volgens [getuige 1] reed verdachte ook door rood licht. Dit wordt bevestigd door het technisch onderzoek, waaruit volgt dat verdachte meermalen door rood is gereden en met veel te hoge snelheid op de Burgemeester Letschertweg heeft gereden. Verdachte is vanaf de Burgemeester Letschertweg naar de kruising van de Stokhasseltlaan met de Vlashoflaan gereden, waar op de kruising het ongeval plaatsvond waarbij hij [slachtoffer] aanreed en zij om het leven kwam. De officier van justitie acht ook redengevend dat verdachte blijkens de logbestanden van de verkeersinstallatie bij de kruising op de Stokhasseltlaan door rood licht is gereden en de stopstreep met een snelheid van minimaal 93 en maximaal 119 kilometer per uur is gepasseerd, terwijl op de Stokhasseltlaan een maximumsnelheid gold van 50 kilometer per uur. Verdachte heeft de aanmerkelijke kans aanvaard dat hij zijn auto niet tijdig tot stilstand kon brengen als een fietser zou oversteken door op de Stokhasseltlaan zo hard te rijden en door rood te rijden terwijl er ook nog sprake was van een nat wegdek door regen en verdachte blijkens zijn eigen verklaring niet goed kon waarnemen wat er op de weg gebeurde. Hij moet zich ook bewust geweest zijn van de verkeerssituatie ter plaatse en hij wist dat er een oversteekplaats was blijkens zijn eigen verklaring in het dossier. De officier van justitie heeft geconcludeerd dat verdachte voorafgaand en ten tijde van het ongeval onverschillig heeft gestaan tegenover de hem bekende aanmerkelijke kans dat hij een dodelijk ongeval zou kunnen veroorzaken. Het bekende Porsche-arrest doet hier geen opgeld nu verdachte een sterke verkeersdeelnemer was en de geraakte fietser een zwakke verkeersdeelnemer.
feit 1 primair ten lastegelegde doodslag en van het roekeloos rijgedrag dat onder
feit 1 subsidiairten laste is gelegd. De verdediging wijst daarbij op twee contra-indicaties voor de juistheid van de logbestanden van de verkeersregelinstallatie op de kruising Stokhasseltlaan / Vlashoflaan (hierna: ‘faselog’), terwijl de gegevens uit die bestanden redengevend zijn geweest voor de conclusie dat verdachte vlak voor het moment van de aanrijding te hard reed en door rood moet zijn gereden. In de eerste plaats is betoogd dat het tijdstip van de aanrijding niet vaststaat nu de getuigenverklaringen van [getuige 4] , [getuige 5] en [getuige 6] niet overeenkomen met het door de analyse van de faselog vastgestelde tijdstip van de aanrijding. Volgens de faselog zouden de getuigen [getuige 5] en [getuige 6] reeds ter plaatse moeten zijn geweest toen het ongeval gebeurde, maar deze getuigen hebben verklaard dat zij pas aan kwamen rijden nadat het ongeval al had plaatsgevonden. Er is naar de mening van de verdediging dus twijfel over het moment van de aanrijding en de daarop gebaseerde conclusies dat het verdachte moet zijn geweest die op dat moment te hard heeft gereden en door rood is gereden. In de tweede plaats is betoogd dat de ontruimingstijd op de kruising vanuit de richting van verdachte naar het slachtoffer volgens het proces-verbaal forensisch onderzoek verkeersregelinstallatie vier seconden zou moeten bedragen, terwijl uit de gegevens van de faselog zou blijken dat er slechts sprake is van een ontruimingstijd van 3,4 seconden. Gelet op deze contra-indicaties kan niet worden bewezen dat verdachte door rood is gereden en te hard heeft gereden. Verdachte heeft bovendien de hoge snelheid betwist en heeft aangegeven met een snelheid van maximaal 60 kilometer per uur te hebben gereden. Uit de botsproeven blijkt dat de botssnelheid maximaal 84 kilometer per uur was. Verdachte heeft niet geremd. Na onderzoek door de politie bleek dat er bij het ongeval sprake was van een remweg van 35,25 meter. Uit de overgelegde gegevens van Veilig Verkeer Nederland (hierna: VVN) blijkt dat bij een remweg van 34,25 meter er sprake is geweest van een snelheid tussen de 50 en 60 kilometer per uur. Dat verdachte harder heeft gereden dan de 60 kilometer per uur waarover hij heeft verklaard, kan niet worden bewezen. Feit 1 in de primaire variant en het roekeloos rijgedrag, zoals subsidiair is tenlastegelegd, kan derhalve niet worden bewezen. Nu verdachte wel 60 kilometer per uur heeft gereden en daarmee harder dan de maximum toegestane snelheid, heeft hij zich wel schuldig gemaakt aan overtreding van artikel 6 van Pro de Wegenverkeerswet.
of omstreeks12 september 2015 te Tilburg opzettelijk [slachtoffer] van het leven heeft beroofd, immers
(veel
)te hoge snelheid,
in elk geval met een hogere dan de ter plaatse geldende maximumsnelheid van 50 kilometer per uur,op de openbare weg Stokhasseltlaan heeft gereden, en
/of (daarbij
)
(met die snelheid
)is genaderd en niet of onvoldoende voor die kruising zijn voertuig heeft afgeremd, en
/of
met die snelheid, althans met nagenoeg onverminderde snelheid, in elk gevalmet te hoge snelheid, en terwijl het voor hem (als verkeersdeelnemer) geldende verkeerslicht reeds geruime tijd (ongeveer 5,5 seconden),
althans enige tijd, rood licht uitstraalde, die kruising is opgereden en
(vervolgens
)daarbij met zijn personenauto tegen die [slachtoffer] is aangereden,
of omstreeksde periode van 12 september 2015 tot en met 13 december 2015 te Capelle aan den IJssel
en/of Breda, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (een
)wapen
(s)van categorie I onder 7°, te weten een koolzuurgaswapen (CO2 type HK.45), zijnde
(een
)voorwerp
(en)dat
/dievoor wat betreft zijn
/hunvorm en afmetingen een sprekende gelijkenis vertoonde
(n)met
(een
)vuurwapen
(s), te weten het semi automatisch pistool Heckler & Koch type USP heeft overgedragen
en/of gedragenen
/ofvervoerd en
/ofvoorhanden heeft
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.Het beslag
8.De vordering tot tenuitvoerlegging
9.De wettelijke voorschriften
10.De beslissing
een gevangenisstraf van 6 jaren;
een ontzegging van de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen van 10 jaren;
ten uitvoer zal worden gelegd, te weten
een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 4 maanden.