ECLI:NL:RBZWB:2016:390
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling indicatiestelling begeleiding individueel klasse 4 op grond van AWBZ
Eiseres stelde beroep in tegen het besluit van het CIZ van 8 mei 2015 betreffende haar indicatiestelling voor AWBZ-zorg, specifiek de functie begeleiding individueel klasse 4 voor de periode 15 december 2014 tot 14 juni 2015. Eiseres betoogde dat zij recht had op een indicatie op grond van verstandelijke handicap (VG), onderbouwd met een TIQ tussen 70 en 85 en ernstige beperkingen in sociale redzaamheid en gedragsproblemen die voor haar 18e levensjaar zijn ontstaan.
Het CIZ baseerde haar besluit op een indicatierapport, medisch advies en aanvullend onderzoek, waarbij werd geconcludeerd dat er een ernstig vermoeden was van een psychiatrische grondslag in plaats van VG. De medisch adviseur stelde dat de psychiatrische problematiek, waaronder verslavingsproblematiek, dominant was en dat behandeling via de Zorgverzekeringswet (ZVW) plaatsvindt. De rechtbank oordeelde dat het CIZ zorgvuldig had gehandeld en voldoende informatie had betrokken van deskundigen en behandelaars.
De rechtbank stelde vast dat de orthopedagoog niet bevoegd was tot het stellen van een psychiatrische diagnose en dat de psychiatrische grondslag terecht als dominant was vastgesteld. Er was geen medische noodzaak voor verblijf of 24-uurszorg. De indicatie voor begeleiding individueel klasse 4 werd bevestigd, en het beroep van eiseres werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en het indicatiebesluit van het CIZ wordt bevestigd.