Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Beslissing
2.Gronden
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende, werkzaam als piloot, maakte in 2012 diverse kosten om zijn vliegbrevet geldig te houden, waaronder simulatortraining, medische keuring, headset en het vernieuwen van zijn license. Hij vorderde deze kosten als persoonsgebonden aftrek wegens scholingsuitgaven.
De rechtbank stelt vast dat scholingsuitgaven alleen aftrekbaar zijn indien zij betrekking hebben op een leertraject waarbij kennis wordt verworven onder begeleiding of toezicht van een derde. De kosten die belanghebbende maakte zijn volgens de rechtbank niet te kwalificeren als scholingsuitgaven, omdat het hier gaat om verplicht onderhoud van vaardigheden en niet om een leertraject.
Daarnaast faalt het beroep op het vertrouwensbeginsel, omdat de situatie in 2012 wezenlijk verschilt van die in 2009, toen belanghebbende nog een opleiding volgde. De inspecteur had toen wel kosten als scholingsuitgaven aanvaard, maar dat kan niet worden doorgetrokken naar latere jaren.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst de aftrek van de kosten als scholingsuitgaven af.