Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van 28 juni 2016 van de meervoudige kamer in de zaak tussen
[naam eiser] , te [plaats] , eiser,
Procesverloop
Overwegingen
nietkan worden gezien als een BBT-toepassing. De rechtbank ziet in de beroepsgronden van eiser ook overigens geen onderbouwing om aan te nemen dat het gebruik van een elektrische verreiker een voor de inrichting in aanmerking komende BBT is. De rechtbank is van oordeel dat het college met het voorschrijven van het gebruik van een verreiker met een lager bronvermogen bij het uitladen van de kuikens voldoende is tegemoetgekomen aan de belangen van eiser.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit voor wat betreft het daaraan verbonden voorschriften 7.1.4 en 7.1.5;
- bepaalt dat voorschrift 7.1.4 wordt vervangen door de voorschriften 7.1.4a en 7.1.4b, zoals nader omschreven onder rechtsoverweging 6;
- bepaalt dat voorschrift 7.1.5 wordt vervangen door voorschrift 7.1.5, zoals nader omschreven onder rechtsoverweging 6;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde gedeelte van het bestreden besluit;
- draagt het college op het betaalde griffierecht van € 167,= aan eiser te vergoeden;
- veroordeelt het college in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 992,=.