Uitspraak
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
of omstreeks03 april 2015 te Breda
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,opzettelijk
en al dan niet met voorbedachten rade[slachtoffer] van het leven heeft beroofd, immers heeft
/hebbenverdachte
en/of zijn mededader(s)met dat opzet
en al dan niet na kalm beraad en rustig overlegmet een vuurwapen meerdere
althans (een)kogel
(s
)in het lichaam
en/of in de richting van het lichaamvan die [slachtoffer]
afgevuurd en/ofgeschoten, mede ten gevolge waarvan voornoemde [slachtoffer] is overleden;
of omstreeks3 april 2015 te Breda een wapen van categorie III, te weten een vuurwapen (type Glock), en
/ofmunitie van categorie
II en/ofIII, te weten meerdere in het magazijn van dat vuurwapen aanwezige patronen, voorhanden heeft gehad.
5.De strafbaarheid
Op enig moment heeft verdachte [slachtoffer] gevonden en zijn zij elkaar genaderd. Uit de verklaring van verdachte, de getuigenverklaring van [getuige 1] en de bevindingen van de patholoog over het letsel bij [slachtoffer] leidt de rechtbank af dat verdachte [slachtoffer] , al dan niet in reactie op een beweging van [slachtoffer] , een vuistslag in het gezicht heeft gegeven. Hierop heeft [slachtoffer] een machete gepakt, zo volgt uit de verklaring van verdachte, de getuigenverklaring van [getuige 1] en het latere aantreffen van een machete in de nabijheid van het slachtoffer.
De rechtbank vindt voor deze verklaring steun in het bij verdachte geconstateerde hoofdletsel en het rapport van het NFI waaruit blijkt dat op de machete bloed met DNA dat matcht met het DNA-profiel van zowel verdachte als [slachtoffer] is aangetroffen. Vervolgens heeft [broer slachtoffer] verdachte nogmaals met de bijl geslagen. Deze tweede keer dat [broer slachtoffer] met de bijl sloeg, heeft hij verdachte bovenop het hoofd geraakt.
Deze lezing van de feitelijke gang van zaken vindt steun in het ter plekke aantreffen van de bijl, het aantreffen van bloedsporen op de bijl die matchen met het DNA-profiel van verdachte en het door verdachte opgelopen letsel. Verdachte heeft verklaard dat hij op het moment dat hij met de machete en de bijl op zijn hoofd is geraakt op de grond lag. De rechtbank overweegt dat er geen getuigen zijn die dit deel van de verklaring van verdachte ondersteunen. Evenmin kan op basis van andere processtukken of het verhandelde ter zitting worden vastgesteld dat verdachte op de grond lag. De rechtbank kan echter evenmin uitsluiten dat verdachte inderdaad op dit bewuste moment op de grond lag. Het is dus mogelijk dat verdachte zich op de grond bevond toen [slachtoffer] nogmaals met de machete op hem af kwam lopen.
Nadat verdachte werd geraakt met de bijl, is [slachtoffer] op hem afgelopen met de machete in zijn handen. Hierop heeft verdachte een pistool uit zijn zak gepakt, heeft hij het pistool doorgeladen en heeft hij een aantal keer op [slachtoffer] geschoten, totdat [slachtoffer] zich van hem af keerde. Dit is het eerste schietmoment geweest.
6.De strafoplegging
7.De benadeelde partij
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan het onder feit 1 impliciet primair tenlastegelegde feit (moord);
een gevangenisstraf voor de duur van 9 (negen) jaren;
van € 6.274,43ter zake van materiële schade (posten uitvaartnota en grafmonument),vermeerderd met de wettelijke rente over een bedrag van € 4.312,43 vanaf 16 juni 2015 en over een bedrag van €1.962,00 vanaf 4 juni 2016, tot aan de dag der algehele voldoening;
[benadeelde partij](feit 1),
€ 6.274,43te betalen, en vermeerderd met de wettelijke rente over een bedrag van € 4.312,43 vanaf 16 juni 2015 en over een bedrag van € 1.962,00 vanaf 4 juni 2016 tot aan de dag der algehele voldoening, bij niet betaling te vervangen door 66 dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;