Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[vennoot],
[vennoot],
[vennoot]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Eiseres is tijdens een paardrijles bij manege Het Kroonhof ten val gekomen doordat het paard Perverance schrok van het startgeluid van een tractor, wat leidde tot beschadigde nekwervels. Eiseres vordert hoofdelijk aansprakelijkheid en schadevergoeding van de manege en haar vennoten.
De manege betwist aansprakelijkheid en voert aan dat de val het gevolg was van eigen onhandigheid van eiseres, en dat het gebruik van een tractor op het terrein gebruikelijk is. Tevens beroepen zij zich op de tenzij-clausule van artikel 6:179 BW Pro en op eigen schuld van eiseres.
De rechtbank oordeelt dat de Nederlandse rechter bevoegd is en Nederlands recht van toepassing is. De manege is aansprakelijk op grond van artikel 6:179 juncto Pro 6:181 BW, omdat het paard in de uitoefening van het bedrijf werd gebruikt en de val veroorzaakt werd door een hoofdbeweging van het paard. De tenzij-clausule faalt omdat het risico inherent is aan het gedrag van het paard.
De rechtbank vermindert de vergoedingsplicht van de manege tot 50% vanwege het eigen risico van eiseres, die bekend was met de risico’s van paardrijden. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten wordt afgewezen wegens gebrek aan bewijs. Gedaagden worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van 50% van de schade, vermeerderd met wettelijke rente en proceskosten.
Uitkomst: Gedaagden worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van 50% van de schade van eiseres met rente en proceskosten.