ECLI:NL:RBZWB:2016:4438
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Op tegenspraak
- M.J.M. Klarenbeek
- Rechtspraak.nl
Ontruiming percelen onder opschortende voorwaarde bodemprocedure pachtgeschil
In deze zaak gaat het om een geschil over de pacht van landbouwpercelen na een ruilverkaveling en eigendomsoverdracht. De oorspronkelijke pachtcontracten uit 1986 werden overgenomen door de zoon van de verpachter, die ook de pachter opvolgde, maar zonder formele vastlegging. De zoon van de pachter wenste een reguliere pachtovereenkomst, terwijl de verpachter een geliberaliseerde pacht aanbood.
De verpachter vordert in kort geding ontruiming van de percelen, terwijl de pachter in reconventie een verklaring voor recht en schriftelijke vastlegging van de reguliere pacht vordert. De rechtbank oordeelt dat aannemelijk is dat de verpachter heeft ingestemd met de opvolging van de zoon als pachter, maar dat de pachter zijn rechten nog niet heeft verspeeld ondanks passiviteit.
De rechtbank geeft de pachter een laatste kans door hem te veroordelen tot ontruiming onder de opschortende voorwaarde dat hij binnen vier weken een bodemprocedure start tot schriftelijke vastlegging van de pachtovereenkomst. De tegenvordering wordt afgewezen omdat in kort geding geen declaratoire uitspraak kan worden gedaan. Proceskosten worden ieder voor eigen rekening genomen.
Uitkomst: Gedaagde moet percelen ontruimen tenzij hij binnen vier weken een bodemprocedure start voor schriftelijke vastlegging van de pacht.