Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Beslissing
2.Gronden
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende parkeerde op 6 augustus 2015 zijn auto op een grasveld dat als overloopterrein fungeert binnen een betaald parkeergebied te Veere. De heffingsambtenaar constateerde dat er geen geldig parkeerkaartje zichtbaar was en legde een naheffingsaanslag van €61,20 op.
Belanghebbende voerde aan dat de informatievoorziening onvoldoende was, met name door het ontbreken van herhalingsborden en onvoldoende zichtbaarheid van parkeerautomaten. De rechtbank oordeelde echter dat het bord dat het begin van de betaald parkeerzone aangeeft, voldoende duidelijk en zichtbaar was en dat er geen verplichting bestaat om bij de toegang tot het overloopterrein extra borden te plaatsen.
Verder stelde de rechtbank dat het op de parkeerder zelf rust om te onderzoeken of er ontheffingen of vrijstellingen gelden binnen de betaald parkeerzone. Omdat belanghebbende onvoldoende onderzoek had gedaan, kwam dit voor zijn rekening en risico. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en legde geen proceskostenveroordeling op.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag parkeerbelasting wordt ongegrond verklaard.