Uitspraak
zaak/rekestnr: C/02/304549/ FA RK 15-5911
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
dinsdag 20 december 2016.Partijen worden in de gelegenheid gesteld om zich op die rol uit te laten omtrent het verloop van de contacten tussen de man en de minderjarigen en de, eventueel door Juvent gefaciliteerde, gesprekken tussen hen beiden. Voorts kunnen partijen zich op die roldatum uit te laten omtrent het door hen gewenste verdere procesverloop.
a) Echtelijke woning, hypotheek en schenking;
[B]en het saldo van de op naam van de man staande Rabobankrekening met nummer
[C]is reeds tussen partijen verdeeld. De man heeft echter onbetwist gesteld dat hij een bedrag van € 2.400,-- ontvangen heeft en de vrouw een bedrag van € 2.950,--. Zoals ter zitting met partijen is besproken, dient tussen partijen nog verrekening plaats te vinden, hetgeen inhoudt dat de vrouw een bedrag van € 275,-- aan de man verschuldigd is.
[D]en
[E]bestemd zijn voor de kinderen. De vrouw heeft ter zitting verklaard dat de bankrekening van [minderjarige 1] (nummer [D] ) inmiddels is gesplitst in twee bankrekeningen. Het op de rekening van [minderjarige 1] staande saldo is verdeeld over twee nieuwe rekeningen. De bankrekening van [minderjarige 2] (nummer [E] ) had geen saldo. De vrouw wenst de (nieuwe) rekeningen van de kinderen voort te zetten. De man is het hier niet mee eens en stelt zich op het standpunt dat de saldi van de rekeningen tussen partijen gedeeld dienen te worden.
[F]. Zoals reeds hiervoor is overwogen behoort de schenking tot de gemeenschap. Het saldo van de hiervoor vermelde Robeco rekening maakt derhalve onderdeel uit van de huwelijksgemeenschap van partijen en komt voor verdeling in aanmerking. De man stelt zich op het standpunt dat op het moment dat de relatie van partijen eindigde en hij de echtelijke woning verliet er een bedrag van circa € 38.000,-- op de Robeco rekening stond, maar dat de vrouw dit geld heeft weggesluisd. Ter zitting heeft de vrouw zich op het standpunt gesteld dat er van de schenking nog ongeveer € 20.000,-- over was. Bij proces-verbaal van de zitting d.d. 29 maart 2016 is de vrouw, gelet op de stellingen van partijen, in de gelegenheid gesteld om zich uit te laten omtrent het saldo van de bankrekening waarop de schenking is gestort c.q. waarop de schenking op dat moment stond per de datum van feitelijk uiteengaan van partijen en de peildatum 19 juni 2014.
dinsdag 26 juli 2016.Vervolgens zal de man in de gelegenheid gesteld worden om binnen een termijn van twee weken na overlegging van de stukken door de vrouw te reageren op die stukken.
5.De beslissing
FA RK 14-4197:
dinsdag 20 december 2016;
dinsdag 26 juli 2016;