Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.[eiser sub 1] ,
[eiser sub 2],
ACHMEA SCHADEVERZEKERING NV
1.De procedure
- de dagvaarding,
- de akte overlegging producties 1 tot en met 38 van de [naam eisers] ,
- de mondelinge behandeling op 18 januari 2016,
- de pleitnota van [naam eisers] ,
- de pleitnota van Achmea.
2.Het geschil
€ 1.000.000,=;
3.De feiten
[rechtspersoon] heeft bij Achmea een Bedrijven Compact Polis afgesloten, waartoe onder meer behoort een Schade Verzekering Inzittenden met een verzekerd bedrag van € 1.000.000,= voor het voertuig BMW met kenteken [kentekennummer] , hierna de BMW.
€ 80.000,=, op 27 februari 2014 als voorschot aan [eiser sub 1] € 50.000,= en als voorschot aan [eiser sub 2] € 25.000,= verstrekt.
(a) partijen verschillend denken over de vaststelling van het verlies arbeidsvermogen van [eiser sub 1] ,
(b) de rapportage van de deskundige niet het verlies arbeidsvermogen maar verlies van de onderneming aangeeft en
(c) de reeds verstrekte voorschotten toereikend zijn voor de geleden schade.
Achmea stelt verder dat zij bereid is een lening te verstrekken van € 50.000,= en deelde mede:
“Hiermee hopen wij het acute probleem te hebben opgelost. Onze visies verschillen met betrekking tot het verlies arbeidsvermogen van uw cliënt. Om dit op te lossen en dus niet de volgende keer tegen hetzelfde probleem aan te lopen, komen wij zeer binnenkort met een voorstel hieromtrent.”
“Kunt u, gelet op uw –onderbouwde– antwoorden op voorgaande vragen, de met het oog op de continuïteit van de onderneming en de inbreng van betrokkenen, thans en op middellange termijn bevoorschotting becijferen, indien nodig onder het toepassen van een bandbreedte c.q. een ‘voorschotplanning’?”
Ten aanzien van het door Achmea gestelde restitutierisico hebben de [naam eisers] , althans [eiser sub 1] gesteld dat de door Achmea bij toewijzing van het gevorderde te betalen bedragen uitsluitend ten goede zullen komen aan [rechtspersoon] BV.
816,00