Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.De procedure
- het vonnis van 13 juli 2016 van de kantonrechter, gewezen tussen verzoeker en een cliënte van verzoeker;
- de brief d.d. 21 juli 2016 van verzoeker waarin hij vraagt om een herstelvonnis en om vervanging van de kantonrechter;
- de notitie d.d. 26 juli 2016 van de griffier aangaande een telefoongesprek van de griffier met verzoeker, uit welk gesprek volgens de griffier blijkt dat verzoeker verzoekt om herstel van het dictum van het vonnis van 13 juli 2016 én dat verzoeker de kantonrechter wraakt.