Zuid-West Projecten B.V. (ZWP) werd op 1 juli 2014 failliet verklaard, waarna eiser werd benoemd tot curator. De curator stelde dat de bestuurder, tevens indirect aandeelhouder, een privéschuld van €70.000,- aan een derde had laten betalen door ZWP, waardoor ZWP onrechtmatig was verarmd en de bestuurder ongerechtvaardigd was verrijkt.
De bestuurder betwistte zijn feitelijk bestuurderschap en stelde dat ZWP een eigen belang had bij de betaling, omdat de Ferrari waarop beslag lag, eigendom werd van ZWP en de opbrengst daarvan werd gebruikt voor schuldbetaling. Ook voerde hij aan dat hij niet verantwoordelijk was voor de administratie en dat de betaling rechtmatig was.
De rechtbank stelde vast dat de bestuurder wel degelijk feitelijk bestuurder was en dat hij de betaling van zijn privéschuld via ZWP had bewerkstelligd. De Ferrari behoorde niet aan ZWP ten tijde van de beslaglegging, zodat de betaling geen rechtvaardiging had. De curator kreeg gelijk en de vordering tot betaling van €70.000,- plus wettelijke rente werd toegewezen, evenals proceskosten en beslagkosten. De gevorderde incassokosten werden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.