ECLI:NL:RBZWB:2016:4944
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens ontbindende voorwaarde VOG niet rechtsgeldig
In deze kortgedingprocedure staat centraal de vraag of de arbeidsovereenkomst van [eiseres] rechtsgeldig is beëindigd op grond van een ontbindende voorwaarde die vereist dat zij een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) overlegt. De arbeidsovereenkomst bevatte een bepaling dat bij het niet tijdig overleggen van een VOG de overeenkomst direct en van rechtswege zou eindigen.
De kantonrechter stelt vast dat de ontbindende voorwaarde niet duidelijk en objectief bepaalbaar is, mede omdat het moment van vervulling afhankelijk is van het subjectieve oordeel van de werkgever. Daarnaast is de arbeidsovereenkomst pas na indiensttreding schriftelijk toegezonden en niet ondertekend door de werknemer, waardoor niet kan worden aangenomen dat de ontbindende voorwaarde uitdrukkelijk is overeengekomen.
Ook heeft de werkgever nagelaten de werknemer tijdig te waarschuwen of haar de gelegenheid te bieden alsnog de VOG te overleggen, terwijl er veelvuldig contact was tussen partijen. Dit handelen is in strijd met goed werkgeverschap. De kantonrechter concludeert daarom dat het ontslag nietig is en veroordeelt de werkgever tot wedertewerkstelling, betaling van achterstallig loon inclusief wettelijke rente en een wettelijke verhoging.
De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. De werkgever wordt veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Ontslag op grond van ontbindende voorwaarde VOG is nietig; werknemer wordt wedertewerkgesteld en ontvangt achterstallig loon met rente en wettelijke verhoging.