Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[rechthebbende], hierna te noemen rechthebbende.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De bewindvoerder van de rechthebbende heeft verzocht om machtiging voor het aanbieden van een dwangakkoord aan schuldeisers, waarbij een deel van de erfenis aan schuldeisers zou worden aangeboden om daarmee de WSNP te beëindigen en de rechthebbende een deel van de erfenis te laten behouden.
Tijdens de zitting is toegelicht dat de rechthebbende een erfenis van circa €19.000 heeft ontvangen, terwijl de schuldenlast ongeveer €27.000 bedraagt. De bewindvoerder stelde dat het onaanvaardbaar is om de volledige erfenis aan schuldeisers te besteden binnen het WSNP en wilde een civiele of faillissementsprocedure starten om een dwangakkoord af te dwingen.
De kantonrechter overweegt dat het algemene uitgangspunt is dat schulden moeten worden voldaan en dat geen bijzondere omstandigheden zijn aangevoerd die hiervan afwijken. De redelijkheid en billijkheid zoals bedoeld in artikel 6:2 BW Pro vergen juist dat de erfenis wordt gebruikt om schulden te voldoen. Het verzoek wordt daarom afgewezen.
De beschikking is gegeven op 23 september 2016 en kan binnen drie maanden worden bestreden door hoger beroep bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch.
Uitkomst: Het verzoek tot machtiging voor het aanbieden van een dwangakkoord wordt afgewezen en de volledige erfenis moet worden besteed aan schuldeisers binnen het WSNP.