Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van 5 oktober 2016 van de meervoudige kamer in de zaak tussen
[naam eiser] , te [woonplaats eiser] eiser,
de korpschef van politie, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
- Eiser begon in 2012 (vóór de waarnemingstoelage en OVW-periodieken) in schaal 7, trede 14. Dit is het maximum in schaal 7;
- In 2014 zijn de OVW-periodieken herberekend, met terugwerkende kracht vanaf januari 2012. Met deze OVW-periodieken wordt voor het eerst rekening gehouden in de periodiekmaand van de betrokken politieambtenaar. Voor eiser is dat oktober 2012;
- Eiser heeft met ingang van 10 december 2012 recht op een waarnemingstoelage;
- De OVW-periodieken behoren tot het salaris.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit, voor zover daarbij geen proceskosten in bezwaar zijn toegekend en het bezwaar tegen de salarisstrook van december 2014 niet-ontvankelijk is verklaard;
- verklaart het bezwaar tegen de salarisstrook van december 2014 ongegrond;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde gedeelte van het bestreden besluit;
- draagt de korpschef op het betaalde griffierecht van € 167,- aan eiser te vergoeden;
- veroordeelt de korpschef in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.984,-.