Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Beslissing
2.Gronden
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende, werkzaam als zorgverlener via een Persoonsgebonden Budget (PGB), ontving in 2013 inkomsten van twee PGB-houders. De inspecteur stelde het belastbare resultaat uit deze werkzaamheid vast op €7.150, gebaseerd op verantwoordingsformulieren van de Sociale Verzekeringsbank (SVB).
Belanghebbende voerde aan dat hij slechts maximaal €4.400 daadwerkelijk op zijn bankrekening had ontvangen en voegde bankafschriften ter onderbouwing bij. De inspecteur bracht daartegenover de verantwoordingsformulieren in, waarop de volledige bedragen als uitbetaald aan belanghebbende stonden vermeld, bevestigd door verklaringen van de PGB-houders.
De rechtbank oordeelt dat de inspecteur, die de bewijslast draagt, aannemelijk heeft gemaakt dat het volledige bedrag van €7.150 als resultaat uit werkzaamheid moet worden beschouwd. De stelling van belanghebbende dat hij minder via de bank ontving, sluit niet uit dat hij het volledige bedrag op andere wijze heeft ontvangen. De beroepen worden daarom ongegrond verklaard en de aanslagen bevestigd.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt dat het volledige bedrag van €7.150 uit PGB-werkzaamheid als belastbaar inkomen geldt en verklaart de beroepen ongegrond.