Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.[naam vereniging] en [naam eiser1] , te [plaatsnaam] , eisers sub 1,
2.[naam eiser2] en [naam eiser3] ,te [woonplaats] , eisers sub 2,
geurgevoelig object: gebouw, bestemd voor en blijkens aard, indeling en inrichting geschikt om te worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf en die daarvoor permanent of een daarmee vergelijkbare wijze van gebruik, wordt gebruikt, waarbij onder <
Ter zitting hebben alle partijen aangegeven dat de c-activiteit ‘afwijken van het bestemmingsplan’ rechtstreeks getoetst had dienen te worden aan (onder meer) artikel 7 van Pro de Vr 2014. Het college en vergunninghoudster stellen zich daarbij op het standpunt dat in het bestreden besluit weliswaar ten onrechte niet aan de eisen van artikel 7 van Pro de Vr 2014 is getoetst, maar dat aan de vereisten zoals opgenomen in artikel 7.3, tweede lid, onder a, van de Vr 2014 wel wordt voldaan. Eisers voeren aan dat het bestreden besluit in strijd met dit artikel is genomen.
- verklaart de beroepen gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- draagt het college op het betaalde griffierecht van € 334,- aan eisers sub 1 te vergoeden;
- draagt het college op het betaalde griffierecht van € 168,- aan eisers sub 2 te vergoeden
- veroordeelt het college in de proceskosten van eisers sub 1 tot een bedrag van € 992,-.
- veroordeelt het college in de proceskosten van eisers sub 2 tot een bedrag van € 992,-.