ECLI:NL:RBZWB:2016:7316
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering indicatie banenafspraak wegens voldoende arbeidsvermogen productiemedewerker
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV waarin hem een indicatie banenafspraak werd geweigerd omdat hij volgens het UWV in staat is het wettelijk minimumloon te verdienen door het verrichten van een drempelfunctie als productiemedewerker.
Het geschil betreft de juistheid van de vastgestelde beperkingen van eiser en de vraag of hij de genoemde drempelfunctie kan vervullen. Eiser stelt dat zijn beperkingen ernstiger zijn dan door het UWV vastgesteld, mede omdat onvoldoende medisch onderzoek is gedaan en onvoldoende rekening is gehouden met zijn wervelaandoening en knieklachten.
De rechtbank stelt vast dat het onderzoek door de verzekeringsarts en bezwaarverzekeringsarts zorgvuldig en volledig is geweest. De medische informatie die eiser aanvoert bevat geen wezenlijk nieuwe gegevens. De arbeidsdeskundigen concluderen dat de drempelfunctie productiemedewerker, die licht fysiek en overwegend zittend werk betreft, passend is bij de beperkingen van eiser.
De rechtbank oordeelt dat eiser terecht niet in aanmerking komt voor de indicatie banenafspraak omdat hij geacht wordt het wettelijk minimumloon te kunnen verdienen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de weigering van een indicatie banenafspraak wordt ongegrond verklaard.