Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Beslissing
2.Gronden
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende is geconfronteerd met een aanslag successierecht naar aanleiding van de nalatenschap van haar overleden vader. Zij betwist het vastgestelde saldo van de nalatenschap en haar erfdeel, en heeft bezwaar gemaakt tegen de aanslag. De inspecteur heeft het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard omdat het geschil over de omvang van de nalatenschap niet via de bezwaarprocedure kan worden opgelost.
De rechtbank bevestigt dat het bezwaar niet ontvankelijk is omdat het niet kan leiden tot een betere positie van belanghebbende ten aanzien van de aanslag. Een geschil tussen erfgenamen over de omvang van de nalatenschap behoort tot de civiele rechter en niet tot het bestuursrechtelijk bezwaarproces. Het verzoek om de inspecteur te verplichten onderzoek te doen naar de nalatenschap wordt afgewezen wegens gebrek aan juridische grondslag.
Belanghebbende heeft tevens aangevoerd dat een dergelijk onderzoek kan leiden tot navorderingsaanslagen, maar de rechtbank wijst dit af omdat tegen beslissingen omtrent navorderingsaanslagen geen bezwaar of beroep openstaat. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en ziet geen aanleiding tot een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de aanslag successierecht is niet-ontvankelijk verklaard en het beroep ongegrond.