ECLI:NL:RBZWB:2016:7590
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Wraking
- M. Peters
- A. Duinhof
- J. Van Voorthuizen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen politierechter in strafzaken wegens gebrek aan gegronde aanwijzingen voor vooringenomenheid
Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de politierechter mr. De Jager die belast is met de behandeling van zijn strafzaken. Het verzoek is gebaseerd op vermeende onpartijdigheid, het ongegrond verklaren van een bezwaarschrift tegen de dagvaarding, het niet toestaan van voorbereiding op de inhoudelijke behandeling, het voortdurend de mond snoeren van verzoeker, en een vermeende samenspanning tussen politierechter en officier van justitie.
De politierechter en officier van justitie hebben het verzoek weersproken en gesteld dat verzoeker voldoende gelegenheid heeft gehad om zijn standpunten toe te lichten en dat er geen sprake is van vooringenomenheid. De rechtbank heeft overwogen dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn en dat wraking alleen kan worden toegewezen bij zwaarwegende aanwijzingen voor vooringenomenheid, die hier ontbreken.
De rechtbank oordeelt dat het ongegrond verklaren van het bezwaarschrift geen wrakingsgrond vormt en dat verzoeker onvoldoende concrete aanwijzingen heeft geleverd voor zijn beschuldigingen. Ook is niet gebleken dat verzoeker om uitstel heeft gevraagd voor de inhoudelijke behandeling. De vermeende samenspanning tussen rechter en officier van justitie is ongegrond.
De rechtbank wijst het wrakingsverzoek af en bepaalt dat de behandeling van de strafzaken wordt voortgezet in de stand van zaken ten tijde van de schorsing wegens het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de politierechter wordt afgewezen wegens ontbreken van zwaarwegende aanwijzingen voor vooringenomenheid.