ECLI:NL:RBZWB:2016:7760
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen matiging van voorwaardelijk strafontslag op medische gronden afgewezen
Eiseres was werkzaam bij de Belastingdienst en kreeg in 2010 voorwaardelijk strafontslag opgelegd. In 2014 werd dit ontslag ten uitvoer gelegd, waarna zij een WW-uitkering aanvroeg. Het UWV weigerde de uitkering deels wegens verwijtbare werkloosheid, maar matigde de maatregel op basis van een rapportage van de verzekeringsarts die sprak van verminderde verwijtbaarheid door psychische problematiek.
Eiseres voerde aan dat er sprake was van volledige onschuld en dat het besluit onvoldoende gemotiveerd was. De rechtbank stelde vast dat er geen aanwijzingen zijn dat haar gedragingen geheel niet verwijtbaar zijn en dat de medische rapportages een gedeeltelijke verwijtbaarheid ondersteunen. De rechtbank verwierp het beroep en oordeelde dat het UWV de maatregel terecht had gematigd.
De rechtbank verwees tevens naar eerdere uitspraken waarin het plichtsverzuim van eiseres werd bevestigd en concludeerde dat het voorwaardelijk ontslag terecht ten uitvoer is gelegd. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen het besluit van het UWV wordt ongegrond verklaard.