ECLI:NL:RBZWB:2016:8609
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Vordering tot wedertewerkstelling van senior managers bij Delta afgewezen voor één en toegewezen voor twee werknemers
Drie werknemers van Delta, allen senior managers, vorderen in kort geding wedertewerkstelling na een reorganisatie waarbij hun functies komen te vervallen. Twee werknemers kregen de status van mobiliteitskandidaat, één de status van sleutelfunctie, maar Delta trok de maatwerkovereenkomsten in en stelde hen met onmiddellijke ingang vrij van arbeid.
De kantonrechter overweegt dat de arbeidsovereenkomst nog niet is geëindigd en dat de werknemers een spoedeisend belang hebben bij wedertewerkstelling. De beoordeling vindt plaats aan de hand van artikel 7:611 BW Pro, waarbij een werkgever een redelijke grond moet hebben om een werknemer niet toe te laten tot de overeengekomen arbeid.
Delta stelde dat het vertrouwen in de werknemers was verloren vanwege senior management onwaardig gedrag en onvoldoende ownership, maar deze stellingen werden niet concreet onderbouwd. Voor één werknemer, werkzaam als Head of Trade & Supply, geldt een bestaand beleid dat bij beëindiging of opzegging onmiddellijke vrijstelling van werkzaamheden plaatsvindt, waardoor zijn vordering wordt afgewezen.
Voor de andere twee werknemers is onvoldoende gebleken van zwaarwegend disfunctioneren of gedrag dat rechtvaardigt dat zij niet worden toegelaten tot hun functies. Wel wordt geoordeeld dat zij niet namens Delta mogen onderhandelen over verkooptrajecten. De vorderingen tot wedertewerkstelling in hun eigen functies worden toegewezen met een dwangsom, terwijl overige vorderingen worden afgewezen.
De verhouding tussen partijen is gespannen maar niet zodanig verstoord dat samenwerking onmogelijk is. De kantonrechter bepaalt dat ieder de eigen proceskosten draagt.
Uitkomst: Vordering tot wedertewerkstelling toegewezen voor twee werknemers en afgewezen voor één werknemer met ieder eigen proceskosten.