De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft verdachte veroordeeld voor het plegen van ontucht met een minderjarige prostituee in Oost-Souburg op of omstreeks 22 november 2014. Het slachtoffer was toen tussen zestien en achttien jaar oud en werd door derden gedwongen tot prostitutie. Verdachte had via een advertentie contact met haar, waarin werd vermeld dat zij meerderjarig was, maar had twijfels over haar leeftijd en vermoedens dat zij werd gedwongen.
De rechtbank achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte seksueel contact met het slachtoffer had, waaronder pijpen. Verdachte heeft het feit bekend en geen bewijsverweer gevoerd. De rechtbank weegt mee dat het slachtoffer ernstige psychische problemen heeft ontwikkeld door de uitbuiting en dat jeugdprostitutie een ernstig zedendelict is.
Hoewel verdachte niet bewust op zoek was naar een minderjarige en er geen bijzondere omstandigheden waren die hem alert moesten maken, had hij de leeftijd moeten controleren. Het nalaten hiervan wordt hem aangerekend. De rechtbank vindt een substantiële onvoorwaardelijke gevangenisstraf te zwaar en legt een gevangenisstraf van één dag op, gecombineerd met een taakstraf van 240 uur. Tevens is vervangende hechtenis van 120 dagen opgelegd voor het geval de taakstraf niet wordt verricht.
De rechtbank wijst ook op het onvoldoende adequaat optreden van de politie tijdens een controle enkele weken eerder, maar dit neemt de verantwoordelijkheid van verdachte niet weg. De straf is mede gebaseerd op de ernst van het feit, de kwetsbaarheid van het slachtoffer en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waaronder zijn spijtbetuiging en afwezigheid van eerdere zedenveroordelingen.