Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Beslissing
2.Gronden
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende en zijn ex-echtgenote waren vennoten van een VOF waarover naheffingsaanslagen omzetbelasting werden opgelegd voor de jaren 2008 en 2009. Na hun echtscheiding zette de ex-echtgenote de VOF voort als eenmanszaak. In het echtscheidingsconvenant is afgesproken dat fiscale claims tot en met 31 december 2010 voor beide partijen voor de helft zijn.
De ontvanger legde conservatoir beslag op een door belanghebbende toegekende kostenvergoeding. Belanghebbende maakte bezwaar tegen zowel de aansprakelijkstelling als het beslag. De rechtbank oordeelt dat de bestuursrechter niet bevoegd is het beslag te beoordelen, dit is een civielrechtelijke zaak.
De rechtbank bevestigt dat belanghebbende hoofdelijk aansprakelijk is voor de belastingschulden van de VOF over de tijdvakken waarin hij vennoot was, ongeacht de afspraken in het echtscheidingsconvenant. De naheffingsaanslagen en bijkomende kosten zijn terecht opgelegd en het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Belanghebbende is hoofdelijk aansprakelijk voor de omzetbelasting en het beroep wordt ongegrond verklaard.