Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.De procedure
- het tussenvonnis van 8 juni 2016,
- het proces-verbaal van comparitie van 3 oktober 2016,
- de conclusie van antwoord in reconventie.
2.De feiten
“ver buiten norm.”
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Nagel, een internationaal vervoersbedrijf, en Van der Horst, een vleesverwerkend bedrijf, sloten een vervoersovereenkomst voor het vervoer van vleesproducten. Na diverse vervoersopdrachten ontstond een geschil over de uitvoering en de toepasselijkheid van algemene voorwaarden. Van der Horst claimde schade wegens tekortkomingen, waaronder vertraagde leveringen en onjuiste vervoersmiddelen.
De rechtbank stelde vast dat de algemene voorwaarden van Nagel, inclusief de Algemene Vervoercondities 2002, van toepassing zijn. Nagel had een opeisbare vordering wegens openstaande facturen en mocht haar retentierecht uitoefenen, maar handelde disproportioneel door geplande transporten op te schorten zonder voldoende overleg.
Voor enkele specifieke vervoersopdrachten oordeelde de rechtbank dat Nagel niet opzettelijk of roekeloos had gehandeld, waardoor aansprakelijkheid voor gevolgschade werd uitgesloten. Wel was Nagel toerekenbaar tekortgeschoten bij de vertraagde levering aan Encko, wat schade veroorzaakte. De schadevergoeding werd begroot en verrekend met de vordering van Nagel, waarna Van der Horst nog een restantbedrag aan Nagel moest betalen.
De rechtbank veroordeelde Van der Horst tot betaling van € 37.188,88 plus rente en een vergoeding voor buitengerechtelijke kosten, compenseerde de proceskosten en wees overige vorderingen af.
Uitkomst: Van der Horst moet na verrekening € 37.188,88 aan Nagel betalen, met rente en kosten; overige vorderingen worden afgewezen.