ECLI:NL:RBZWB:2017:1269
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Echtscheiding met verdeling huwelijksgoederengemeenschap en verbeuring aandeel polis
Partijen zijn gehuwd in gemeenschap van goederen en hebben gezamenlijk het verzoek tot echtscheiding ingediend. De rechtbank stelt vast dat het huwelijk duurzaam is ontwricht en wijst het verzoek tot echtscheiding toe.
De verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap vindt plaats op basis van de peildatum 20 april 2015, de datum van indiening van het echtscheidingsverzoek. Partijen bereikten overeenstemming over diverse vermogensbestanddelen, waaronder de echtelijke woning, auto's, bankrekeningen en een onderneming. De inboedel wordt niet door de rechtbank verdeeld maar aan partijen gelaten om in onderling overleg te regelen.
Een geschil ontstond over een motor die volgens de man in 2013 is verkocht en geëxporteerd, waardoor deze buiten de gemeenschap valt. De rechtbank gaat mee in dit standpunt omdat de vrouw onvoldoende bewijs leverde.
De kern van het geschil betreft een polis bij Avéro Achmea die vóór de peildatum werd afgekocht. De man heeft wisselende en ongeloofwaardige verklaringen gegeven over de besteding van het afkoopbedrag van ruim €20.000. De rechtbank oordeelt dat de man het bedrag opzettelijk heeft verzwegen en daarmee zijn aandeel in dit bedrag aan de vrouw verbeurt. De poliswaarde wordt daarom volledig aan de vrouw toegekend.
Verder worden polissen bij Aegon en spaarrekeningen verdeeld met verplichtingen tot betaling van de helft van de waarde aan de wederpartij. De rechtbank wijst overige verzoeken af en gelast de verdeling zoals beschreven.
Uitkomst: De rechtbank spreekt de echtscheiding uit en gelast de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap waarbij de man zijn aandeel in het polisbedrag aan de vrouw verbeurt.