Eisers hebben beroep ingesteld tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Hulst inzake de toekenning van een tegemoetkoming in planschade na een bestemmingsplanwijziging van agrarisch naar natuurgebied. Het college had een compensatie in natura toegekend met een financiële vergoeding van €412.500 als vangnet.
Eisers betwistten de taxatiewaarde en het percentage van het normaal maatschappelijk risico, stellende dat de schade niet binnen het normale risico valt. De rechtbank overwoog dat het college zich op een deskundigenadvies mocht baseren, maar dat het college ten onrechte aannam dat 50% van de schade binnen het normaal maatschappelijk risico viel. De rechtbank stelde vast dat de ontwikkeling naar natuur niet in de lijn der verwachtingen lag, mede gelet op de langdurige agrarische bestemming en tijdelijke natuurregelingen.
De rechtbank vernietigde het besluit voor zover het de hoogte van de vergoeding betrof en bepaalde zelf dat bij het niet kunnen realiseren van compensatie in natura een vergoeding van €808.500 moet worden toegekend. Tevens veroordeelde zij het college tot vergoeding van griffierecht en proceskosten. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de rechtbank Zeeland-West-Brabant op 7 maart 2017.