Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[geopposeerde],
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
In deze civiele procedure heeft geopposeerde een vordering ingesteld tegen opposant, die bij verstekvonnis deels is toegewezen. Opposant stelde verzet in tegen het verstekvonnis en vorderde ontheffing van de veroordeling en afwijzing van de vordering. Geopposeerde verzocht om bekrachtiging van het verstekvonnis en toewijzing van buitengerechtelijke kosten.
De kantonrechter stelde vast dat opposant in Nederland woonachtig is en dat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft. De kern van het geschil betrof de vraag of het verzet tijdig was ingesteld. Opposant stelde dat de verzettermijn van acht weken van toepassing was vanwege zijn verblijf in het buitenland, maar de rechter oordeelde dat hij mede woonplaats in Nederland heeft, waardoor de reguliere termijn van vier weken geldt.
Opposant kon niet aantonen wanneer hij kennis kreeg van het verstekvonnis, terwijl de verzetdagvaarding pas na de termijn van vier weken was ingediend. De rechter concludeerde dat de verzettermijn was verstreken en dat opposant niet-ontvankelijk is in zijn verzet. Tevens werd een vordering van geopposeerde tot toewijzing van buitengerechtelijke kosten afgewezen omdat dit niet in het kader van verzet mogelijk is.
Opposant werd veroordeeld in de kosten van het verzet en het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Opposant is niet-ontvankelijk verklaard in het verzet wegens overschrijding van de verzettermijn en veroordeeld in de kosten van het verzet.