ECLI:NL:RBZWB:2017:1506
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen besluit huurtoeslag wegens te hoge huur en inkomen
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Belastingdienst/Toeslagen van 24 september 2016 waarin het voorschot huurtoeslag 2014 werd vastgesteld op nul. De Belastingdienst stelde dat eiser geen recht had op huurtoeslag omdat de kale huur van €1.250,- hoger was dan de maximale huurgrens van €699,48 en het toetsingsinkomen van €44.000,- hoger was dan de inkomensgrens van €29.325.
Eiser voerde aan dat hij slechts €699,- huur betaalde op basis van onderhuur en dat hij geen inkomen had, maar een opgelegd inkomen van €44.000,- als directeur-grootaandeelhouder betwistte. De rechtbank oordeelde dat de Belastingdienst het door de belastinginspecteur vastgestelde inkomen moest hanteren en dat het bezwaar tegen dit inkomen ongegrond was verklaard.
Daarnaast kon eiser zijn lagere huur niet aannemelijk maken omdat hij geen bewijsstukken had overgelegd. De huurovereenkomst vermeldde een kale huur van €1.250,-. Op grond hiervan en de wettelijke bepalingen had eiser geen recht op huurtoeslag.
Eiser verzocht ook om af te zien van terugvordering wegens financiële problemen, maar de rechtbank oordeelde dat de terugvordering van €3.721,- wettelijk verplicht was en dat de Belastingdienst niet mocht afzien van terugvordering. Wel werd gewezen op de mogelijkheid een betalingsregeling aan te vragen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot afwijzing van huurtoeslag wordt ongegrond verklaard en eiser moet het teveel ontvangen voorschot terugbetalen.