ECLI:NL:RBZWB:2017:157
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling niet-ontvankelijkheid bezwaar intrekking en dwaling bij huishoudelijke hulp
Eiser maakte bezwaar tegen het besluit van het college om de maatwerkvoorziening hulp bij het huishouden per 1 januari 2015 te beëindigen en om te zetten in een algemene voorziening. Na ontvangst van het bezwaar trok eiser dit telefonisch in, waarna het college de intrekking schriftelijk bevestigde. Later wilde eiser deze intrekking ongedaan maken en diende opnieuw bezwaar in.
De rechtbank beoordeelt of het college het bezwaar terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard vanwege de intrekking. Volgens vaste rechtspraak kan een intrekking van een bezwaar na afloop van de bezwaartermijn niet worden herroepen, tenzij sprake is van dwaling door omstandigheden die niet aan de betrokkene zijn toe te rekenen.
Eiser stelde dat hij door een medewerker van de gemeente was misleid over de voortzetting van de huishoudelijke hulp, waardoor hij onterecht het bezwaar introk. De rechtbank oordeelt dat eiser onvoldoende concreet heeft gemaakt welke toezeggingen zijn gedaan en dat hij geen bewijs heeft geleverd ter onderbouwing van zijn dwalingsclaim.
Daarmee is niet vastgesteld dat eiser heeft gedwaald en dat dit niet aan hem valt toe te rekenen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. De uitspraak is gedaan door rechter Broeders op 10 januari 2017.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard.