Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Procesverloop
- het op 22 december 2016 ingekomen wrakingsverzoek, gericht tegen mrs. Janssen, Dekker en Fleskens, leden van de meervoudige strafkamer, belast met de behandeling van na te noemen strafzaak;
- de van mr. Janssen, mede namens mrs. Dekker en Fleskens op 31 januari 2017 ingekomen schriftelijke reactie op het wrakingsverzoek;
- de processtukken in na te noemen strafzaak, en
- de behandeling van het wrakingsverzoek door de wrakingskamer ter zitting van 1 februari 2017, waarbij zijn verschenen namens verzoeker, zijn raadsman mr. Van Doveren, alsmede mrs. Janssen, Dekker en Fleskens, en mr. van Damme, officier van justitie.
2.Het verzoek
3.De gronden van wraking
4.Het standpunt van de rechters
5.Het standpunt van het openbaar ministerie
6.De beoordeling en de gronden daarvoor
7.De beslissing
- wijst het verzoek tot wraking af;
- bepaalt dat de behandeling van de strafzaak met parketnummer [parketnummer] zal worden voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van de schorsing wegens de indiening van dit verzoek, en
- bepaalt voorts dat een volgend wrakingsverzoek niet meer in behandeling wordt genomen.