Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Procesverloop
- het op 19 december 2016 ingekomen wrakingsverzoek, gericht tegen mrs. Janssen, Dekker en De Weert, leden van de meervoudige strafkamer en belast met de behandeling van na te noemen strafzaak;
- de van mr. Janssen, mede namens mrs. Dekker en De Weert op 31 januari 2017 ingekomen schriftelijke reactie op het wrakingsverzoek;
- de processtukken in na te noemen strafzaak, en
- de behandeling van het wrakingsverzoek door de wrakingskamer ter zitting van 7 februari 2017, waarbij zijn verschenen namens verzoeker mr. Van Essen, mrs. Janssen en De Weert, alsmede mr. Van Damme, officier van justitie.
2.Het verzoek
3.De gronden van wraking
4.Het standpunt van de rechters
5.Het standpunt van het openbaar ministerie
6.De beoordeling en de gronden daarvoor
7.De beslissing
- wijst het verzoek tot wraking af;
- bepaalt dat de behandeling van de strafzaak met parketnummers 02/811322-12 zal worden voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van de schorsing wegens de indiening van dit verzoek.