Uitspraak
[naam 1],
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De zaak betreft een geschil over bemiddelingskosten die eiseres aan gedaagde, een huurbemiddelaar, heeft betaald. Eiseres had zich ingeschreven voor een woning via de website van gedaagde, maar besloot deze niet te huren. Vervolgens vond zij via gedaagde een andere woning die niet op diens website stond vermeld. Gedaagde stuurde haar informatie over woningen en onderhandelde namens haar over de huurprijs. Eiseres betaalde de factuur met bemiddelingskosten, maar vorderde later terugbetaling omdat zij meende dat er geen overeenkomst tot bemiddeling was gesloten.
De rechtbank oordeelde dat er wel degelijk een bemiddelingsovereenkomst tot stand was gekomen. Eiseres had de informatie van gedaagde toegestaan en had op de door gedaagde aangeboden woning gereageerd. Bovendien was zij bekend met de werkwijze van gedaagde en had zij de bemiddelingskosten voldaan. Het bewijsvermoeden uit artikel 7:417 lid 4 BW Pro was niet van toepassing omdat de gehuurde woning niet op de website van gedaagde stond.
De vordering van eiseres tot terugbetaling van de bemiddelingskosten werd daarom afgewezen. De tegenvordering van gedaagde tot betaling van een bedrag van € 1.000,00 werd toegewezen omdat deze betaling onverschuldigd was gedaan door gedaagde. Eiseres werd veroordeeld in de proceskosten en de wettelijke rente werd toegewezen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Vordering tot terugbetaling bemiddelingskosten afgewezen, tegenvordering tot betaling €1.000 toegewezen met rente en proceskosten.