Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
de Raad voor de Kinderbescherming, regio Zuidwest Nederland, locatie Middelburg, hierna te noemen: de Raad.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De minderjarigen verblijven sinds februari 2016 vrijwillig bij pleegouders en zijn onder toezicht gesteld met een gezinsvoogdij-instelling benoemd. De moeder heeft het gezag. De minderjarigen vroegen om een bijzondere curator om hen juridisch te vertegenwoordigen, omdat zij niet terug willen naar hun moeder.
De rechtbank overwoog dat de moeder als gezagsdrager de belangen van de minderjarigen vertegenwoordigt en dat de Stichting als gezinsvoogdij-instelling reeds betrokken is bij de problematiek. De enkele wens van de minderjarigen voor juridische bijstand is onvoldoende grond voor een bijzondere curator, zeker omdat er geen concrete aangelegenheid betreffende verzorging en opvoeding speelt.
De rechtbank benadrukte dat het niet de bedoeling van de wetgever is om preventief een bijzondere curator aan te stellen voor de duur tot meerderjarigheid. De belangenstrijd tussen moeder en pleegmoeder is wel erkend, maar onder de huidige omstandigheden onvoldoende reden voor toewijzing.
Daarom wees de rechtbank het verzoek tot benoeming van een bijzondere curator af en bevestigde dat de lopende ondertoezichtstelling en gezinsvoogdij de situatie adequaat adresseren.
Uitkomst: Verzoek tot benoeming van een bijzondere curator wordt afgewezen omdat de belangen van de minderjarigen adequaat worden behartigd door de moeder en de gezinsvoogd.