Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Beslissing
2.Gronden
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende was enig erfgenaam van erflater die in 2014 overleed. De inspecteur legde een erfbelastingaanslag op waarbij de partnervrijstelling werd geweigerd omdat belanghebbende niet als echtgenote kon worden aangemerkt.
De rechtbank oordeelde dat er geen rechtsgeldig huwelijk bestond omdat de vereiste verklaring ten overstaan van de ambtenaar van de burgerlijke stand ontbrak. Ook voldeed belanghebbende niet aan de inschrijvingseis in de Basisregistratie Personen (BRP) die geldt voor ongehuwd samenwonenden.
De rechtbank benadrukte dat de wetgever een ruime beoordelingsmarge heeft bij het stellen van objectieve criteria zoals inschrijving in de BRP. Een beroep op billijkheid of grondwettelijke schending kon niet slagen omdat de rechter niet toetst aan de grondwettigheid van formele wetten. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard, inclusief de belastingrente.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat geen sprake is van een rechtsgeldig huwelijk of inschrijving in de BRP, waardoor de partnervrijstelling niet van toepassing is.