Verzoeker, omwonende van de vliegbasis Gilze-Rijen, maakte bezwaar tegen de ontheffing die de minister van Defensie had verleend aan het Defensie Helikopter Commando voor nachtelijke oefenvluchten. De ontheffing betrof 21 nachten van 00:00 tot 01:00 uur verspreid over diverse weken.
De voorzieningenrechter overwoog dat de minister alleen ontheffing mag verlenen voor nationale of internationale oefeningen, niet voor reguliere trainingen. Uit de aanvraag bleek dat de ontheffing was bedoeld voor het reguliere trainingsprogramma, met name om helikopterpersoneel bij duisternis te trainen.
Gezien de aard van de ontheffing en het ontbreken van een nationale of internationale oefening, oordeelde de voorzieningenrechter dat de minister niet bevoegd was tot het verlenen van de ontheffing. Daarom werd het bestreden besluit geschorst tot twee weken na de beslissing op bezwaar. Tevens werd het griffierecht aan verzoeker vergoed. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel open.