Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil
4.Beoordeling van het geschil
5.Proceskosten
6.Beslissing
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende ontving naheffingsaanslagen omzetbelasting over 2006 en 2007 en maakte bezwaar tegen deze aanslagen. De inspecteur handhaafde de aanslagen bij uitspraken op bezwaar van 8 april 2015, die correct naar het juiste nieuwe postbusadres van de gemachtigde van belanghebbende zijn verzonden.
Belanghebbende stelde beroep in tegen deze uitspraken op bezwaar, maar deed dit na het verstrijken van de wettelijke termijn van zes weken. De rechtbank oordeelt dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is, omdat de uitspraken tijdig en op de juiste wijze zijn bekendgemaakt.
De rechtbank wijst het verweer van belanghebbende af dat de belastingdienst inconsistent zou zijn in de adressering van poststukken. Er is geen verplichting voor de belastingdienst om een eenduidig correspondentieadres te hanteren als meerdere contactmogelijkheden zijn opgegeven.
Daarom verklaart de rechtbank de beroepen niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de beroepstermijn. Er worden geen proceskosten toegewezen. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de rechtbank Zeeland-West-Brabant op 12 mei 2017.
Uitkomst: De beroepen worden niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding.