Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil
4.Beoordeling van het geschil
5.Proceskosten
6.Beslissing
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende kreeg naheffingsaanslagen loonheffingen opgelegd over de jaren 2007 tot en met 2009, inclusief vergrijpboeten en heffingsrente. Tegen de uitspraken op bezwaar van de inspecteur, die de aanslagen handhaafden, stelde belanghebbende beroep in bij de rechtbank. De rechtbank behandelde de zaak in meervoudige kamer.
De kern van het geschil betrof de ontvankelijkheid van het beroep wegens overschrijding van de wettelijke termijn. De uitspraken op bezwaar waren verzonden naar het toenmalige adres van de gemachtigde van belanghebbende. Belanghebbende stelde dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was vanwege een adreswijziging die niet tijdig was doorgegeven aan de inspecteur.
De rechtbank oordeelde dat belanghebbende niet aannemelijk had gemaakt dat de inspecteur vóór verzending van de uitspraken op bezwaar op de hoogte was van de adreswijziging. Hierdoor was de termijn voor het instellen van beroep overschreden en was er geen reden om de termijnoverschrijding als verschoonbaar te beschouwen. De beroepen werden daarom niet-ontvankelijk verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De beroepen van belanghebbende worden niet-ontvankelijk verklaard wegens niet verschoonbare termijnoverschrijding.