Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Beslissing
2.Gronden
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende heeft in 2013 als secretaris werkzaamheden verricht voor het verantwoordingsorgaan van een stichting en ontving daarvoor een bruto vergoeding van € 2.080. De vergoeding overschrijdt het wettelijk maximumbedrag van € 1.500 voor de vrijwilligersregeling, waardoor deze niet van toepassing is. Belanghebbende gaf slechts € 1.500 als vrijgesteld aan en het restant als belast inkomen, maar de inspecteur rekende het volledige bedrag tot het belastbaar inkomen uit werk en woning.
De rechtbank oordeelt dat de vergoeding, ondanks het ontbreken van een arbeidsovereenkomst, tot het belastbaar inkomen behoort omdat het bedrag het maximumbedrag overschrijdt. Het netto bedrag is niet relevant voor de toepassing van de regeling. Een partiële vrijstelling zoals voorgesteld door belanghebbende is wettelijk niet mogelijk.
Belanghebbende stelde dat de inspecteur zijn standpunt onrechtmatig wijzigde, maar de rechtbank vindt dit niet ongeoorloofd. Ook het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt, omdat de feiten in 2013 anders waren dan in 2012 toen de vergoeding lager was en de inspecteur toen geen vragen stelde.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en ziet geen reden voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de volledige vergoeding wordt belast.