Uitspraak
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
sinds [verdachte] werkt, hij altijd in haar woning is om, tijdens haar afwezigheid, voor de kinderen te zorgen. Buiten die tijdstippen komt hij ook regelmatig in de woning. [6]
Verdachte en [naam] hebben voor dit verbruik geen aannemelijke verklaring kunnen geven. De rechtbank gaat er dan ook, gelet op de aanwezige bewijsmiddelen, van uit dat zij vanaf 14 juni 2014 een gezamenlijke huishouding voerden op het adres van verdachte.
Daar komt bij, dat uit de verklaring van getuige [getuige] , afgelegd bij de rechter-commissaris, volgt dat [getuige] gedurende een periode van twee jaar samen met [naam] op het [adres 1] heeft gewoond en er in die periode een controle in die woning heeft plaatsgevonden. Uit het memo ter zake blijkt dat er op 11 september 2013 een onderzoek c.q. controle heeft plaatsgevonden in de woningen van verdachte en medeverdachte [naam] , waarbij [getuige] in de woning van [naam] werd aangetroffen.. Uit dit onderzoek zijn geen noemenswaardige feiten en omstandigheden gebleken die wezen op het voeren van een gezamenlijke huishouding van verdachte en [naam] . Sterker, er wordt gerelateerd dat de kleding, persoonlijke spullen en administratie van [naam] in zijn woning aanwezig waren. Ook is niet gebleken dat dit onderzoek consequenties heeft gehad voor de uitkeringen van verdachte of [naam] .
of omstreeksde periode van
11 april 201112 april 2014tot en met 31 oktober 2015 te Breda,
in elk geval in Nederland, in strijd met een haar bij of krachtens wettelijk voorschrift opgelegde verplichting, te weten
artikel 17 van Pro de Wet werk en bijstand en/ofartikel 17 van Pro de Participatiewet, opzettelijk heeft nagelaten tijdig de benodigde gegevens te verstrekken, en dit feit kon strekken tot bevoordeling van
althans redelijkerwijze moest vermoedendat die gegevens van belang waren voor de vaststelling van verdachtes of eens anders
de Wet werk en bijstand en/ofde Participatiewet, dan wel voor de hoogte of de duur van die verstrekking of tegemoetkoming, immers heeft zij, verdachte, niet opgegeven en
/ofverzwegen dat zij samenwoonde met [naam] en
/ofmet hem een gezamenlijke huishouding voerde;
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.De wettelijke voorschriften
8.De beslissing
een taakstraf van 100 uur;
vervangende hechteniszal worden toegepast van
50 dagen;