Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Beslissing
2.Gronden
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende is eigenaar van een vakantiewoning gelegen in een andere gemeente dan haar hoofdverblijf. De gemeente legde forensenbelasting op voor het jaar 2016, waartegen belanghebbende bezwaar maakte omdat zij van mening was dat de wetgever niet bedoeld had belasting te heffen bij een vakantiewoning op korte afstand van het hoofdverblijf.
De rechtbank stelt vast dat de wettelijke vereisten voor het heffen van forensenbelasting, zoals opgenomen in artikel 223 van Pro de Gemeentewet en de gemeentelijke verordening, zijn vervuld. De afstand tussen hoofdverblijf en vakantiewoning is niet relevant voor de heffing. De rechtbank vindt in de wetsgeschiedenis geen aanwijzingen dat de wetgever de heffing in dergelijke gevallen onwenselijk acht.
Belanghebbendes beroep dat de heffing in strijd zou zijn met de redelijkheid en billijkheid wordt verworpen omdat de rechter niet bevoegd is om op grond van redelijkheid en billijkheid de toepassing van de wet achterwege te laten. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en ziet geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de heffing van forensenbelasting.