Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Beslissing
2.Gronden
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende is eigenaar van een vakantiewoning in de gemeente Veere en had haar hoofdverblijf niet in deze gemeente. De woning werd in 2015 via een stichting verhuurd op 158 dagen. Belanghebbende stelde dat zij de woning minder dan 90 dagen voor eigen gebruik beschikbaar had gehouden en voerde subsidiair het vertrouwensbeginsel aan tegen de heffing.
De rechtbank toetste dit aan de wettelijke bepalingen en vaste jurisprudentie, waarbij wordt aangenomen dat een woning voor het aantal dagen dat deze voor eigen gebruik beschikbaar is gehouden, moet worden belast indien dit meer dan 90 dagen betreft. Belanghebbende droeg als bewijs afschriften van een bemiddelingsovereenkomst aan, waarin tegenstrijdige aankruisingen stonden over de duur van het eigen gebruik.
De rechtbank oordeelde dat deze documenten onvoldoende bewijs vormen dat de woning minder dan 90 dagen beschikbaar was voor eigen gebruik. Ook andere gegevens ontbraken. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Het vertrouwensbeginsel werd verworpen omdat geen uitlatingen van de heffingsambtenaar het gerechtvaardigd vertrouwen wekten dat heffing zou achterwege blijven.
De aanslag forensenbelasting werd als terecht opgelegd beoordeeld en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep tegen de aanslag forensenbelasting wordt ongegrond verklaard en de aanslag wordt bevestigd.