ECLI:NL:RBZWB:2017:3827
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Op tegenspraak
- M.J.M. Klarenbeek
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot vervangende toestemming harmonisatie eindejaarsuitkering na fusie afgewezen
De woningcorporaties Zeeuwland en Woonburg zijn gefuseerd, waarbij verschillen in de secundaire arbeidsvoorwaarden, met name de 13e maand, bestonden. Zeeuwland wilde deze eindejaarsuitkering harmoniseren door de hogere 13e maand af te bouwen naar het lagere bedrag van Woonburg. De ondernemingsraad (OR) stemde niet in, omdat een meerderheid van de werknemers tegen was en het loonoffer te groot werd geacht.
Zeeuwland verzocht de kantonrechter om vervangende toestemming op grond van artikel 27 lid 4 WOR Pro, stellende dat de weigering van de OR onredelijk was en dat er zwaarwegende bedrijfseconomische en sociale redenen waren, mede onderbouwd door een oproep van brancheorganisatie Aedes. De OR voerde tegenargumenten aan, waaronder het ontbreken van financiële noodzaak en het belang van werknemers.
De kantonrechter oordeelde dat latere argumenten van de OR meegewogen mogen worden en dat het inhoudelijke overleg tussen partijen ontbrak, wat verwijtbaar is aan beide partijen. De financiële besparing van circa €90.000 per jaar was onvoldoende om het loonoffer te rechtvaardigen, zeker gezien de winst en omzet van Zeeuwland. De 13e maand is niet in strijd met de CAO Woondiensten en het sociaal plan beschermt het salaris, niet de secundaire arbeidsvoorwaarden.
De kantonrechter concludeerde dat de argumenten van Zeeuwland niet zwaarder wegen dan die van de OR en dat het voorgenomen besluit niet gevergd wordt door zwaarwegende redenen. Harmonisatie kan ook zonder afbouw van de 13e maand worden gerealiseerd. Het verzoek tot vervangende toestemming werd daarom afgewezen en partijen werd geadviseerd alsnog inhoudelijk overleg te voeren.
Uitkomst: Het verzoek van Zeeuwland om vervangende toestemming voor harmonisatie van de 13e maand is afgewezen.